Ik ben autistisch (maar trots? Dat is nog een ander verhaal)

Soms struikel ik over woorden. Over hoe ik mezelf benoem. Over de vraag: zeg ik “ik heb autisme” of “ik ben autistisch”?
Op papier lijkt het een klein verschil. Drie letters extra of minder. Maar in werkelijkheid voelt het als het verschil tussen een ongemakkelijke jas en een huid die je niet uit kunt trekken.

Regelmatig lees ik: “Ik héb autisme, want ik bén zoveel meer dan mijn autisme.” En ja, dat is waar. Mensen met autisme zijn méér dan hun autisme. Veel meer! Maar toch… toch schuurt dat “ik heb” bij mij.

“Ik heb autisme” klinkt alsof het een ziekte is. Iets wat je onder de leden hebt. Iets wat je misschien kunt genezen of kwijtraken. Net zoals je zegt: “Ik heb een longontsteking” of “Ik heb een soa.” Maar niemand zegt: “Ik ben een longontsteking.” Dat voelt absurd.
Autisme is geen aandoening, geen infectie, geen tijdelijk ongemak. Het is geen parasiet die zich aan mij vastklampt en wacht tot ik het uit mijn systeem spoel.
Ik bén autistisch.

Niet als enige eigenschap. Niet als iets dat me definieert in één zin. Maar wel als iets dat in alles verweven zit. In hoe ik de wereld zie, hoe ik geluiden hoor, hoe ik liefde ervaar, hoe ik vriendschappen beleef, hoe ik humor begrijp (of totaal niet, afhankelijk van wie je het vraagt). Mijn autisme zit in alles.
En toch… voelt dat niet altijd als iets waar ik trots op ben. Want hoewel ik wéét dat mijn autisme geen fout is, geen defect, geen afwijking die ‘gerepareerd’ moet worden, voelt het soms wel zo. Omdat de wereld niet is ingericht op een brein als het mijne. Omdat ik zo vaak op mijn tenen loop. Omdat ik zo vaak
overprikkeld ben, uitgeput, verdwaald in een wereld die ik nooit helemaal lijk te begrijpen, maar die mij ook niet begrijpt.

Ik ben autistisch. Maar ik ben ook moe.
Moe van het aanpassen. Moe van het uitleggen. Moe van het proberen te voldoen aan verwachtingen die nooit voor mij zijn gemaakt.
Dus nee, ik sta niet altijd sterk in mijn schoenen. Ik ben niet altijd trots. Soms wil ik gewoon dat het makkelijker was. Dat ík makkelijker was.
Maar ik weet ook: dit ben ik. Niet meer, niet minder.
Soms lastig. Soms mooi. Soms alles tegelijk. Maar altijd, altijd een deel van mij.
Ik ben autistisch. En misschien is dat ooit genoeg.

💬 Hoe ervaar jij dit? Voelt ‘autistisch zijn’ voor jou als iets om trots op te zijn?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven